Menu der zonde…

CAVEAT LECTOR

“Ik ben goed in het verzinnen van de waarheid en het oprecht vertellen van de leugen… Te vaak ontwaakte ik opgelucht uit een nachtmerrie om vijf minuten later te ontdekken dat de realiteit mij weer parten had gespeeld… ik had niet geslapen!”

Zonde van de eerste steen…

Piss off met je inleiding… ik wil gelijk lezen…

Schotland, 4 juli 1998

Gedurende mijn laatste detentie in 1983 ben ik begonnen met het beschrijven van ondermeer de belangrijkste ervaringen in mijn leven. ‘Nog een autobiografie, en misschien gaat het wel weer over een leven in de misdaad’, hoor ik de lezer al verzuchten. De lezer heeft gedeeltelijk gelijk. Het manuscript behandelt dat gedeelte van een leven waarin de misdaad centraal stond. Tevens reflecteert het boek enkele interessante ervaringen in Schotland, waar ook ik mij op achtendertigjarige leeftijd naar toe had gepensioneerd.

Gepensioneerd met achtendertig? Stil leven. Rentenieren. Ik weet niet hoe ik het noemen moet. Ik woon in de Schotse Hooglanden, dus op één van de mooiste plekken van Europa. ‘Misdaad loont dan toch wel?’ hoont dezelfde lezer nu misschien. De beantwoording van die vraag laat ik vooralsnog aan u. Mijn mening daarover, zo die al van belang mocht zijn, zal ik niet nalaten te ventileren in mijn nawoord. Ik vraag de lezer slechts om de hierna volgende overwegingen in acht te willen nemen.

Mijn kennis van zaken heb ik ontleend aan de processen-verbaal van politie en justitie. Deze documenten zijn nimmer door mij ondertekend. Dit boek betreft dus een deel van mijn levensverhaal, aangevuld met fragmenten uit die processen-verbaal, betreffende mij eerder ten laste gelegde misdrijven. Een verslag dat gedeeltelijk is geënt op interpretaties door justitie, een verwoording die echter nimmer geratificeerd is geworden. Een autobiografie van een leven zoals het had kunnen zijn. Ik heb ervoor gekozen dit relaas niet tot een saaie opsomming van feiten te laten verworden. De autobiografie is dientengevolge verrijkt met een fictieve biografie, verdichting, humor en zelfspot.

Mogelijk is het toch geen fantasie en is het allemaal authentiek. Dat is een vraag waarop indertijd de Nederlandse justitie en Belastingdienst graag een antwoord hadden gezien. Mogelijkerwijs overschat ik mijzelf wel met de voorgaande stelling. De lezer zal begrijpen dat ik mijn veiligheid, evenals die van mijn alter ego en vrienden, voorop heb gesteld. Uiteindelijk heb ik vroeger al teveel risico’s genomen. Het heeft geen enkele zin om het noodlot te blijven tarten of de autoriteiten openlijk te bespotten of uit te dagen. De lezer zal dus zijn conclusies moeten trekken betreffende de authenticiteit van het beschrevene in het biografische gedeelte; het is hier waar ik de grootste attractie van dit boek aan toeschrijf. Voor mijn vrienden of vijanden die dit boek lezen, ligt het iets eenvoudiger. Het is niet aan mij om te beoordelen of zij het prettig zullen vinden bepaalde episodes in dit boek te herleven. Eerlijkheid gebiedt mij te vermelden dat mijn vrienden, aan wie ik het manuscript heb laten lezen, mij nagenoeg zonder uitzondering hebben aangemoedigd om mijn werk te laten publiceren.

Indien de lezer een epos verwacht, dan zal deze teleurgesteld worden. Het is eerder het verhaal van een antiheld. Wanneer de lezer een door een ghostwriter herschreven, verfraaid en commercieel opgesmukt relaas van een gauwdief, drugsdealer of gewelddadige afperser verwacht, zal hij of zij eveneens teleurgesteld worden.

Hoewel ik duidelijk geen autoriteit op literair gebied ben, kan ik toch stellen dat ik in mijn leven erg veel heb gelezen, en in verschillende talen. Ik heb echter nimmer het genoegen gesmaakt een soortgelijk boek te mogen lezen. Het is een merkwaardig boek over een merkwaardig leven. De stijl van het boek, zo die er al mocht zijn, ben ik ook nog niet tegengekomen. Een elementaire basis voor mijn schrijftrant werd misschien gelegd toen ik in 1982 Un Uomo van Orianna Fallaci las. Dat was de eerste keer dat ik een biografie las die in de tweede persoon was geschreven. Ik herinner mij dat deze stijl mij aanvankelijk zeer bevreemdde, maar snel daarna moest ik de attractie van deze schrijftrant erkennen. Het zal de lezer weinig moeite kosten om zich in deze ‘stijl’ te vinden en, wat belangrijker is, zich erin thuis te voelen. Ik zal alle literaire conventies wel geweld hebben aangedaan. Mijn hele leven tot dusver heeft echter bestaan uit het breken en niet naleven van conventies. Waarom zal ik dan iets veranderen dat altijd goed gewerkt heeft?

Verder wilde ik opmerken dat ik niet heb geprobeerd verheven proza* te schrijven. Het overgrote gedeelte van dit boek is banaal, vulgair en vaak liederlijk. Maar banaal, vulgair en liederlijk was ook het grootste deel van mijn leven. Een op seks beluste lezer zal in mijn boek niet aan zijn trekken komen. Hoewel ik, waar relevant, niet heb geschroomd om seksueel getinte passages te schrijven, heb ik een nadrukkelijk accent hierop met opzet achterwege gelaten. Seks – over die oude beukennoot is al zoveel geschreven. Ik zou er beslist genoeg aan toe kunnen voegen, maar ik wilde dat niet aan de eerder genoemde banaliteit, vulgariteit en liederlijkheid koppelen.

Dit boek is beslist niet bedoeld als compendium voor aspirant-criminelen. Daarnaast voel ik mij literair begaafd noch geroepen. De inspiratie en de vaardigheid om mijn gedachten en belevenissen op een verfijnde wijze tot taal om te vormen, ontbreken mij voortdurend. Waarom is een boek waaraan ik in 1983 ben begonnen nu pas voltooid? Is het mijn manier om tegen de maatschappij zoals ik die ervaren heb aan te schoppen? Moet het als een poging tot ‘autotherapie’ worden gezien? Men hoeft Jung en Freud niet bestudeerd te hebben om tot die – onterechte – conclusie te komen. Al mijn emoties komen in dit boek eerlijk en duidelijk aan bod. Wanneer deze emoties door een psycholoog zouden worden geweten aan een latent Oedipus- of persecutioncomplex of zelfs een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, dan heb ik in mijn leven duidelijk iets over het hoofd gezien. Dat bewijst dan helaas dat ook ik niet volmaakt ben. Psychologen en sociologen zullen in dit boek hoe dan ook wel aan hun trekken komen.

De reden voor dit boek is net zo ongecompliceerd als het erin gebezigde jargon. Ik heb een verhaal te vertellen. Het waarom en het hoe ervan worden zo waarheidsgetrouw mogelijk weergegeven. Ik beantwoord vele vragen.

Ik beantwoord niet alle vragen.

Jan ter Haak

Nou, laat maar eens lezen dan…

Dodelijke dating drama's…

Once the magician is known… the fucking magic is gone!

En zo is het precies natuurlijk… of misschien toch weer niet? Het grappige is dat vele van mijn lezeressen mij persoonlijk hebben leren kennen en the ‘fucking magic is still not gone’.

Zo, wat is het dan met die verhalen? Is het de waarheid? Wel, in dat geval zou ik toch al een paar keer zijn opgehaald door oom Sjuus Tietsie, nietwaar?

Net zo goed als de oom zou willen weten hoe het nu precies zit, kan ik mijn lezers meedelen dat vrouwen dan wel de naam hebben om nieuwsgierig te zijn, maar dat talloze mannen die mij hebben gelezen, mij die vraag ook al hebben gesteld. Waarom gaan wij er niet gewoon van uit dat het maar verzinsels zijn?

Verminkte hersenscheten van een voormalige, criminele pooier. Kunnen wij het niet gewoon er op houden dat het wat fucking, aliteraire flip- en fuckshit is van een cybermongool met het verstand van een aardbei…? Eigenlijk wil ik helemaal niet vertellen hoe die verhalen werken. Ze werken toch… en ze werken fucking goed ook! Dat is dan toch prettig voor mijn lezers?

Hun tevredenheid is dan weer een voldoening en compliment voor mij.

Nee, ik heb dat al eerder geprobeerd, maar dat geloofden mijn lezers ook niet. Velen kwamen met de stelling dat ik met te veel kennis van zaken schreef en dat het om die reden geen verzinsels konden zijn. Ik deelde hen dan mede dat iedere schrijver onderzoek verricht en dat ik – al was ik dan geen Jan Wolkenman – ook mijn onderzoek deed.

“Nonsens,” zeiden mijn lezeressen, “Jan Wolkenman hoeft geen research te doen voor die suckshit waar hij over schrijft. Wanneer een schrijver teveel over details uitweidt dan gaat al gauw de spanning en vaart in het verhaal verloren. Met jouw verhalen is het precies of je er midden in staat… alsof je deelnemer en tegelijk toeschouwer bent. De emotie die je ten toon spreidt in je verhalen is waarachtig. Je kunt dat voelen als vrouw, want jouw woede maakt ons woest. Wanneer je lacht rollen de tranen over onze wangen. Je zelfspot vertedert en met jouw verdriet houden wij het niet droog. De weinige keren dat je over seks schrijft… wel… dat doet dan weer iets anders met ons. Hoe rauw je ook begint… we voelen altijd jouw respect voor de vrouw. Dit kunnen geen fantasieën zijn.”

Mannen waren vaak sneller klaar met hun conclusies. De eierfoetussen die niets konden en dus niet wilden lezen, verkondigden dat het allemaal verzinsels waren. Ik voor mij vond het prima om die hersendode fuckups gelijk te geven.

Toch… en niettegenstaande al het hieraan voorafgaande wil ik de lezer mijn mooiste complimenten niet onthouden. Vrouwen kwamen uit Groningen en Maastricht om mij te ontmoeten. Het waren geen weggooiwijfies of ‘thrillseekers’. Ik herinner mij hen allemaal. Ik ben behoorlijk scherp en ik heb ogen in mijn achterhoofd. Ik ben psychologisch geen dumbfuck, maar aan geen enkele van al die vrouwen heb ik kunnen merken dat ik tegenviel op het moment dat zij bij mij thuiskwamen. Ze kwamen niet voor het uiterlijk, ze kwamen voor mij… en wat dat precies betekent, vertel ik jullie lekker ook niet. Good girls, I love you all. You were all fucking cosmic and bloody awesome! Respect.

Er was ook een man die mijn verhalen las met de persistentie van een vrouw. Zijn ‘nickname’ op de contactsite was ‘Dutchy’. Toen hij al mijn verhalen uitgelezen had, tikte hij mij aan op Badoo.

Hij chatte: “Jan, ik heb je verhalen gelezen met meer plezier dan dat ik indertijd alle boeken van Ian Fleming heb gelezen. Fleming wist zoveel van spionage omdat hij had gediend bij de Marine Inlichtingendienst. Later voerde hij het commando over de ’30 Aanvalseenheid’. Waar heb jij je kennis vandaan, Jan? Het maakt mij niet echt uit, je verhalen zijn veel sneller. Men kan zien dat je in je verhalen woont.”

Ik ben altijd al een sentimentele hufter geweest, dus het was nauwelijks te verwonderen dat ik door een fucking aquarium keek bij het lezen van dat compliment.

Leer de meisjes kennen…

Vermijd de hysterische wakkadoedels…

Het geheim van een gelukkig leven bestaat uit het vermijden van de bittere narcistische, hysterische wakkadoedel beta-vrouwen. Vermijd ze ten koste van alles, want ze trekken je omlaag naar hun niveau.

Wakkadoedels – ook wel Slitches genoemd – weten niet wat zij willen, maar ze raken kritiek ballistisch als ze het… of hun zin niet krijgen.

Seks? Wel,  doe dat alleen als je beslist de bullekoppies kwijt moet en er is geen prostituee te vinden… als seks (en seks alleen) in de aanbieding is en ze geven je een in drievoud ondertekende vrijwaring!

Het laatste zodat ze je niet de volgende morgen eventjes snel wegens aanranding of erger, gaan aangeven. omdat ze gedumpt zijn en hun plannetje om een ‘golddigging stake’ te scoren… voor de zoveelste keer mislukt is.

Zeker, nood breekt alle wetten en zelfs mijn advies. Maar laat het absoluut bij de beta-seks, tenzij je een pesthekel aan je gemoedsrust… je geld of jezelf hebt. Maar voordat je je in de verplichte figuren met een wakkadoedel gooit, zorg dat je alles weet over de cynische, hysterische idioterie, waarmee je te maken gaat krijgen.

Was je verleden met een slitch om te huilen? Je toekomst lacht je tegemoet! Hoe zo?

Lees mijn verslagen… en vind daarna een alfa-vrouw!

Voordat je verder gaat met lezen…