Vervolgd van...
...“Dus je denkt dat die Joke wel goed in elkaar zit?”
“Joke is gedin, dat kan een blind paard nog wel zien. Zeg, je bent toch niet bang van die knul van haar?”
“Dat zal ik je vertellen zodra ik hem zie,” dolde je, “nee ik heb wel wat over voor een gemakkelijk leven. En daarbij genomen, vind ik die Joke nog een schoonheid ook.”
“Je wordt toch niet alweer verliefd, hè Jan?”
“Ik veronderstel dat het niet moeilijk is om op dat mokkeltje verliefd te worden, maar ik heb ondervonden dat van verliefdheid alleen maar narigheid komt. Ik denk niet dat ik het me nog kan permitteren om op een temeier verliefd te worden. Ik doneer nog liever mijn stok aan het crimineel, antropologisch museum.”
Al pratend aangekomen in de Uilenburgerstraat, zochten jullie het huis op waar de man van Joke woonde. Je opende de voordeur met één van de sleutels en jullie slopen de trap op. Voorzichtig maakten jullie de deur naar het woonhuis open en stapten naar binnen. De voorzorgen waren echter overbodig, want er bleek niemand thuis te zijn. Gerrie trok de kasten open en pakte alles wat op vrouwenkleren leek in een oude koffer.
“Zonde dat die fielt niet thuis is,” morde hij, terwijl jij de damesschoenen aan het inpakken was, “nu krijgen we die confrontatie alsnog, terwijl wij nu in het voordeel waren.”
“Zeker jammer,” beaamde je.
Met een volle koffer liepen jullie terug naar Gerrie’s huis. Je hoorde het schreeuwen al toen jullie de trap opliepen.
“Daar heb je hem,” zei Gerrie, terwijl hij voor je uit naar binnen stapte. Manja stond in een hoek van de kamer met een hand voor haar mond. Haar handen en ochtendjas zaten onder het bloed. Joke lag op de grond en werd getrapt door een man van een jaar of dertig met een stiletto in zijn hand.
“Over mijn lijk dat je hier blijft wonen, stinksnol,” brulde hij. Vervolgens richtte hij zich tot Gerrie: “Ik heb niets tegen jou, Gerrie, maar toen ik Joke mee wilde nemen, vloog Manja me aan en krabde me in m’n gezicht.”
Hij gaf Joke nog een trap en schreeuwde: “Is dat soms je nieuwe vriend? Ik dacht wel dat je iets zou proberen te flikken, na dat pak slaag van gisteren.”
Gerrie stapte naar voren, maar de gek stak zijn mes vooruit en dreigde: “Gewoon niet doen, Gerrie, want ik kerf je open.”
Je had zwijgend staan kijken. Toen zei je tegen de maniak: “Ik weet niet voor wie je mij aanziet, maar ik heb hier niets mee te maken. Blijkbaar is zij je vrouw, dus het gaat me weinig aan.”
“Als je dat maar door hebt,” blèrde de zot.
“Ik zal even een handdoek voor je gezicht pakken, Manja,” zei je en liep naar de keuken. Je stak het gas aan en zette een ketel water voor koffie op.
“Je bent wel flink om vrouwen te slaan en met een mes te dreigen hè?” hoorde je Gerrie schreeuwen. “Leg dat mes eens weg en wees dan nog eens zo flink, vuile tyfuslijer.”
“Daag mij uit, Gerrie, en je krijgt me… met alles wat erbij hoort!”
Jij schonk water in de koffiepot, pakte een paar bekers en liep met een handdoek over je arm naar binnen.
“Hier is een handdoek voor je gezicht, Manja,” zei je.
Zij pakte de handdoek en keek je aan met een blik alsof ze je wilde vermoorden.
“Lafaard,” siste ze.
“Laten wij dit nu rustig oplossen, Gerrie,” suste je, “het is uiteindelijk zijn vrouw, dus dit gaat ons niet aan. Laten wij nou allemaal kalm aan doen, want er moet toch over gepraat kunnen worden. Ik heb koffie gezet. Ik denk niet dat die man je vrouw met opzet wilde slaan, en daarbij: ik zou ook niet willen dat een ander zich met mijn zaken bemoeide.”
“Krijg de tering met je koffie erbij,” vervloekte Gerrie je.
“Gelukkig iemand hier die zijn verstand gebruikt,” hoonde de wildeman terwijl hij Joke overeind trok, “jullie moeten je niet met mijn zaken bemoeien, dan is er ook niets aan de hand.”
Joke gilde: “Ik ga nooit meer met je mee terug. Ik laat me nog liever doodsteken.”
“Dat kan geregeld worden,” brieste haar man en zette het mes onder haar kin.
“Rustig! Rustig nou,” kalmeerde je de man, “zo kom je nog in de gevangenis…”
“Dat heb ik wel voor die sloerie over. Dan weet ik tenminste meteen dat ze me niet meer kan bedonderen.”
Jij zei: “Gerrie, ik stel voor dat je schoonzuster en haar man naar de slaapkamer gaan om het uit te praten. We nemen allemaal een kop koffie en laten de gemoederen wat tot rust komen. Iedereen is van slag, denk ik.”
“Je doet maar wat je wilt, fijne gabber, maar je bent met mij nog niet klaar.”
“Dat is lekker, nou ben je nog kwaad op mij ook,” reageerde je.
De maniak zei slijmend: “Je vriend heeft gelijk, Gerrie. Laten wij onder elkaar geen ruzie maken. Ik praat even alleen met mijn vrouw, en dan zal zij wel inzien dat het beste is om gewoon mee naar huis te komen.”
“Ik praat niet meer met je, steek me maar dood,” huilde Joke.
“Je komt gewoon mee,” zei haar man en sleurde haar naar de slaapkamer.
“Bedankt, wie je ook bent,” zei hij tegen jou, en duwde Joke langs je heen naar de deur.
“Vergeet je koffie alsjeblieft niet, knul,” zei je, en gooide de kokendhete inhoud van de koffiepot in zijn snoet, waarna je de pot in zijn gezicht aan stukken sloeg. De man krijste van de pijn en begroef zijn gezicht in zijn handen. Je ramde je knie in zijn kruis en trok de hand met het mes opzij. Het bloed stroomde uit zijn ogen. Je duwde de hand met het mes tegen de deurpost van de slaapkamer, en trapte de deur dicht.
De man schreeuwde het uit en duwde zijn vrije hand in jouw gezicht. Je opende je mond en beet hem in een vinger tot je je tanden over het bot voelde schrapen. De man brulde nu en trok zijn vinger terug, een flink stuk vlees in je mond achterlatend. Het bloederige stuk vlees uitspugend sloeg je hem met je knokkels op zijn strottenhoofd. De man rochelde en viel tegen de muur. Je sprong hem achterna en beukte met je knie in zijn gezicht tot hij in elkaar zakte.
Gaat verder...
|