Vervolgd van...
....“Antonio, piacere,” stelde een weke mond zich voor.
Slappe hand, weke mond en een neus die voortdurend opgehaald werd. Zwaar verkouden, een cokejunk of beide, stelde jij stilzwijgend vast. De tweede veronderstelling bleek de juiste te zijn toen de man het bekende gouden pijpje uit zijn zak haalde, en vroeg of hij je van dienst kon zijn.
“Nee, dank u, ik ben niet verkouden,” reageerde jij, waarop Lino je een vernietigende blik toewierp.
In het Italiaans zei hij: “De centen kunnen nu elk moment hier zijn.”
“Het is te hopen Lino, want die vriend van je is niet echt. Dat kan een blind paard nog wel zien,” antwoordde jij in het Nederlands.
“Cosa ha detto?” vroeg de Italiaanse neus wantrouwend.
“Mijn vriend zegt dat het hem een genoegen is, om zaken te doen met u. Hij spreekt alleen nog niet zo goed Italiaans.”
Tevredengesteld nam de Italiaan een neusvol uit de gouden stift en bood deze zowaar opnieuw aan. Je werd niet goed van die vetbol. Er klonken voetstappen op de gang, en even later werd er op de deur geklopt. Lino stond op en liet een kopie van de neus binnen.
‘Het lijkt wel of ze uit dezelfde gietvorm zijn gerold,’ dacht jij, ‘heet zeker ook Antonio.’ Na de verplichte ceremonie en het uitwisselen van slappe handen maakte Antonio Due op verzoek van de neus een koffertje open en begon het geld uit te tellen. Vijfhonderdduizend gulden. En natuurlijk weer in lires.
“Lino, we verliezen tien procent aan het wisselen van dat monopoliegeld, heb je ze dat uitgelegd?”
“Ja maar zij konden op korte termijn de rest van dat geld niet meer bij elkaar krijgen en vroegen of het goed was, dat zij dat de volgende reis betaalden.”
“Zo begint het altijd, de volgende keer is het weer wat anders.”
“Houd die tien procent maar van mijn portie af,” stelde Lino voor.
“Doe niet zo achterlijk. Samen uit, samen thuis. We zien het wel weer. Waar hangt onze koerier eigenlijk uit?”
“O, die zit bij mijn zwager in de kamer naar voetbal te kijken.”
“Als ik het niet dacht,” mompelde jij, en vroeg Lino in welke kamer de smack lag.
“Hiernaast, op twaalf,” zei Lino in het Nederlands, waarop de twee Antonio’s jullie weer wantrouwig bekeken. ‘Ze hadden allebei een bolhoed op moeten hebben,’ dacht jij, ‘dan waren het precies Jansen en Janssen uit Kuifje geweest.’
“Zullen wij naar de handel gaan kijken?” vroeg jij Antonio Due, die gretig knikte.
Jullie liepen naar kamer twaalf, die stom genoeg niet op slot was. Er lag een lange zwarte leren jas op het bed. Jij ging ernaast zitten en trok de plastic tas onder het bed vandaan. De Italiaan keek op zijn horloge. Je overhandigde hem de tas en leunde achterover tegen de muur. Antonio Due vroeg of je het niet als een belediging zou opvatten wanneer hij de handel even testte. Jij schudde je hoofd, terwijl de Italiaan uit zijn binnenzak een stuk zilverfolie haalde. Daarna maakte hij een pak open en haalde er een ouncezakje uit, opende dat en strooide een paar korrels op het zilverpapier.
Met een gouden aansteker hield hij een vlam onder het zilverfolie en verhitte de korrels. Hij begon de rook die van de folie begon af te walmen met een gouden sigarettenpijpje te inhaleren. Nadat het laatste restje ‘opgejaagde draak’ in de neus was verdwenen, legde hij zijn aansteker op tafel en keek weer op zijn horloge.
‘Lekker stel,’ gruwde je in stilte, ‘de een duwt zijn neus vol met meel, terwijl de ander er bruine suiker in laat verdwijnen. Ze kunnen wel een banketbakkerij beginnen. Vergeet de gouden aansteker, coke-inhaler en sigarettenpijp maar. Dit zijn wat je noemt een paar gouden neuzen. Maar wat zit hij toch steeds op zijn ‘gouwe’ klokkie te kijken?’ De Italiaan legde het folie op de tafel en zei dat hij nu zijn maat zou bellen om te bevestigen dat de handel in orde was. Hij liet zich verbinden met kamer tien en sprak een paar woorden in de hoorn, waarna hij deze aan jou gaf.
“Is het in orde Jan?” klonk Lino’s stem in je oor.
“Tot zover wel, maar ze hebben zeker haast, want mijn kamergenoot hier zit voortdurend op zijn klokkie te kijken. Ik denk dat er wat gaat gebeuren, Lino.”
“Vreemd, ik heb precies hetzelfde gevoel. Let je op, Jan?” zei Lino bezorgd.
Je gaf de hoorn terug aan de Italiaan, die hem oplegde.
“Is het goed als ik het nog een keer test?” vroeg deze.
“Certo,” antwoordde je.
De Italiaan strooide nog wat korrels op de folie, terwijl jij onopgemerkt je hand onder de leren jas liet glijden.
‘En nu gaat het fout,’ dacht je. Je greep de kolf en met je duim duwde je de veiligheidspal om. ‘Niemand test twee keer uit hetzelfde zakje. Dat kan ik als leek nog wel begrijpen. Ik hoop maar dat Lino bij de les blijft.’
“Accendiamo,” hoorde je de Italiaan zeggen. Hij stak zijn hand in zijn binnenzak om ‘zijn aansteker’ te pakken - die nog steeds op tafel lag.
De Beretta kuchte verlegen toen je hem in zijn maag schoot. De reusachtige Luger was al halverwege de jaszak van de Italiaan. Het enige hoorbare geluid was het slaan van de slede van de Beretta geweest. De Italiaan slaakte een kreet en viel achterover. Je sprong op hem toe, duwde de Beretta in zijn mond en trapte twee keer op de hand met de Luger. Na wat gekraak trok je het wapen uit zijn hand - of wat daar nog van over was. Antonio Due rochelde wat, er niet in slagend de geluiddemper door te slikken.
“Schreeuw nog een keer en ik schiet je een gat in je keel waar een gouden Ferrari doorheen kan rijden,” siste je hem toe.
De Italiaan kronkelde in elkaar, terwijl hij met bebloede handen zijn maag bedekt hield. Op dat moment hoorde je schreeuwen in de aangrenzende kamer. Je trok de riem uit de man’s broek en haalde de stropdas van zijn nek. Terwijl je zijn bloederige handen met zijn stropdas vastbond, kwam Antonio Uno gevolgd door Lino de kamer in.
Het gezicht van de eerste neus was nu één bebloede massa. Lino dreef de Italiaan, die het koffertje met geld droeg, voor zich uit. Uit de nek van Antonio Uno was een Beretta gegroeid, waar Lino met zijn rechterhand aan vastzat. Zijn andere hand omvatte het heft van een mes dat in zijn eigen borst was geplant.
“Ik hoorde het lawaai hier en trapte dat stuk ongeluk in zijn gezicht. Toen ik wilde bukken om de koffer met geld te pakken, stak dat kreng een mes in mijn flikker. Gelukkig kon ik een schemerlamp pakken om zijn gezicht een beetje bij te lichten,” zei Lino, terwijl hij zijn Italiaan een slag met de Beretta achter zijn oor gaf.
De getroffene besloot spontaan tot een time-out. Jij begon de niet zo schone slaper te fouilleren. Je haalde een, met riemen aan zijn schouders bevestigde, lupara tevoorschijn.
Gaat verder...
|