Vervolgd van...
...Lino vervolgde: “Dit opent weer een heel nieuw perspectief voor ons. Nadat de bom ontploft is en wij veilig weggekomen zijn, fotokopiëren wij het dossier. Ik neem intussen contact op met Raffaele Cutolo van de NCO, oftewel de Nuova Camorra. Die zijn veel radicaler dan de Camorra.
Voor hen is het een fluitje van een cent om uit te vinden wie van de contrabandieri Napolitani de transporten met het Turkse schip regelen. Ik bied hen de hele partij dope aan in ruil voor de wapens. Daar zul jij wel in geïnteresseerd zijn, Renato.
Na de rip-off sturen wij het origineel van de documenten naar Franco Coppola, met de complimenten van de ‘nDrangetha. Coppola zal dan actie tegen de maresciallo ondernemen voor het verlies van zijn handel.
Hij doet dan de rest van het vuile werk voor ons. Dat hoofdstuk is dan afgelopen, en zo ook het miserabele leven van de maresciallo. Voor zover ik de Don ken, heeft hij de wapens in consignatie van fabrieken uit Val Trompia en wordt hij door de Yanks op voorhand voor de dope betaald. Hij kan dan niet leveren, dus de Don heeft een probleem. Daarna sturen wij de andere kopieën van het dossier naar de Turkse regering. Die zullen er niet blij mee zijn dat één van hun topfunctionarissen het Koerdistaanse verzet ondersteunt. Met een beetje geluk kan don Franco dan niet meer leveren, omdat zijn aanvoerlijn is afgesneden.
In het gunstigste geval ligt hij dan een paar miljoen achter, wil hij tenminste aan zijn verplichtingen aan de Yanks kunnen voldoen. Kan hij dat niet, wie weet wat er dan nog voor leuks gebeurt.”
“Dat is zeker een doorslag,” bevestigde jij, “het scheelt ons een hoop risico, omdat anderen nu het vuile werk zullen gaan opknappen. Als het lukt, heeft de donnie een probleem, heb jij je wraak, en Renato de wapens. Het zal alleen wel snel moeten gebeuren om te voorkomen dat de Don ruggespraak kan houden met de maresciallo. Daarom stel ik voor om nu meteen weer terug te gaan en de komst van de maresciallo af te wachten. Zodra hij in het huis is aangekomen, geven wij hem meteen een belletje. Dan is dat maar vast gebeurd. Daarna trekken wij aan onze latten en reizen naar Napels. Staat er in die documenten ook iets over wanneer die leveringen plaatsvinden?”
Lino bladerde door het dossier en vond het antwoord in de laatste aanvulling.
“Iedere vijftiende van de maand. Dat is dus over vier dagen.”
“Dan mogen we wel opschieten,” zei Renato, “ik wil namelijk een paar van mijn mensen tijdens de ruil op zee, aanwezig hebben. Uiteindelijk is controle geen wantrouwen, en de inzet is nogal aan de hoge kant.”
“Buren!!” schreeuwde jij ineens. Lino en Renato keken je aan of je krankzinnig was geworden. “Buren!” herhaalde je, “We hebben een fout gemaakt! Cazzo! Wat ben ik gek. Wanneer dat mens naar de buren is gelopen dan zit het er dik in dat ze of daar op haar maresciallo wacht of...”
“...dat de buren haar vergezellen naar de villa,” vulde Renato in, “en dan is het verhaal voor vanavond een non-starter.”
“En als ze niet naar de buren is geweest, dan was er nog een derde telefoon in het huis. Waarschijnlijk in één van de slaapkamers,” veronderstelde Lino terecht.
“Wat dan ook een fucking fout van me was,” vloekte jij.
“Nee, dat was dan een fout van mij, Jan. Ik ben door het hele huis geweest en ik heb geen derde telefoon gezien. Maak je niet zo druk, vriend. Dingen lopen altijd anders, daarvoor moeten wij ook inventief zijn en kunnen improviseren. Nee, we hebben het gewoon goed gedaan, tot nu toe. Laten wij maar snel terug rijden om te kijken of die vrouw weg is geweest, en hoe de zaken zich verder ontwikkelen.”
Je was het maar ten dele eens met Renato, maar je scheurde de wagen de eerste de beste afrit op en draaide over het viaduct de autostrada weer op. Terug naar Siena. Voor de tweede keer die avond stelden jullie de telescoop op. Het wachten begon. De wind was in de tussentijd meer dan stevig geworden, en jullie zochten beschutting in een greppel.
Er was dus een derde telefoon in het huis, want precies drie uur later werden jullie opgeschrikt door een sirene. Een blauw zwaailicht draaide de oprijlaan van de villa op. De deuren werden opengegooid en twee carabinieri stapten uit. De chauffeur vatte post bij de voordeur, de tweede man ging het huis binnen. Je richtte de telescoop op het kenteken van de Alfa Romeo en zag dat de auto geregistreerd was in Milaan.
“Dat moet je man zijn, Lino,” zei je. “Ik stel voor dat je nu zo snel mogelijk gaat bellen, voor de rat zijn polissen begint te missen. Renato en ik blijven hier om te zien of die zevenklapper werkt. Vergeet niet twee keer te drukken zodra je hem de boodschap hebt gegeven. Doe het eigenlijk maar een keer of vijf, voor de zekerheid. Kom daarna zo snel mogelijk terug en wacht bij de eerste kruising op ons.”
Terwijl Lino met de auto verdween, kropen Renato en jij zo dicht mogelijk naar de villa en hielden jullie schuil in een greppel. De chauffeur stond verveeld tegen de gevel van het huis geleund, de ene sigaret met de andere aanstekend. Tot op het bot verkleumd, wachtten jullie op het overgaan van de telefoon. Als er een windvlaag jullie kant op kwam, meende je af en toe het angstaanjagende grauwen van de mastino te kunnen horen. Op een zeker ogenblik ging in het huis de telefoon over. Toen er na een paar minuten nog niets gebeurd was, voelde je dat Renato je aankeek.
“Hij zal de verkeerde telefoon wel hebben opgepakt,” zei jij, Renato en jezelf daarmee moed insprekend. Niet veel later rinkelde de telefoon opnieuw. Het leek een eeuwigheid te duren voordat een explosie het serreraam eruit blies.
“Boem,” zei Renato.
“Plof,” bevestigde jij opgelucht.
De chauffeur ontwaakte uit zijn lethargie en rende naar de Alfa Romeo. Onder het hysterische gekrijs van de hoer werd de voordeur weer geopend. De mastino schoot langs haar heen en rende, de met een machinepistool teruggekeerde chauffeur ondersteboven, zijn weg vervolgend naar de greppel waarin jullie lagen.
“Die leert het ook nooit,” vloekte Renato, terwijl het koude zweet je weer uitbrak. Een kort venijnig salvo uit de Ingram van Renato sneed de mastino in hapklare hondenbrokken.
De inmiddels opgekrabbelde chauffeur zocht dekking achter de Alfa Romeo, waarvan de mobilofoon driftig kwaakte, en begon gaten in de nacht te schieten. Het krijsen van de hoer ging onverminderd door. Renato maakte een omtrekkende beweging om achter de Alfa Romeo te komen. Een snerpend salvo van de Ingram dreef de chauffeur uit zijn dekking. In paniek rende hij naar het huis, maar strandde halverwege door het plotselinge in onbruik raken van een paar benen. Het had mogelijk iets met Renato, en een Ingram te maken.
De vrouw trok de voordeur weer dicht en verdween in het huis. Renato snelde naar de kermende chauffeur. Hij trapte het machinepistool uit zijn handen, smeet het een eind weg en sprong door het gat in de serre naar binnen. Het geblèr van de hoer verstomde prompt. Niet lang daarna kwam Renato door de voordeur weer naar buiten en rende naar de greppel terug.
“Wegwezen,” siste hij je toe.
Gaat verder...
|