| 
Gedurende mijn laatste detentie in 1983 ben ik begonnen met het beschrijven van ondermeer de belangrijkste ervaringen in mijn leven. ‘Nog een autobiografie, en misschien gaat het wel weer over een leven in de misdaad’, hoor ik de lezer al verzuchten. De lezer heeft gedeeltelijk gelijk: het manuscript behandelt dat gedeelte van een leven waarin de misdaad centraal stond. Tevens reflecteert het boek enkele interessante ervaringen in Schotland, waar ook ik mij op achtendertigjarige leeftijd naar toe had gepensioneerd.
Gepensioneerd met achtendertig? Stil leven. Rentenieren. Ik weet niet hoe ik het noemen moet. Ik woon in de Schotse Hooglanden, dus op één van de mooiste plekken van Europa. ‘Misdaad loont dan toch wel?’ hoont dezelfde lezer nu misschien. De beantwoording van die vraag laat ik vooralsnog aan u. Mijn mening daarover, zo die al van belang mocht zijn, zal ik niet nalaten te ventileren in mijn nawoord. Ik vraag de lezer slechts om de hierna volgende overwegingen in acht te willen nemen.
Mijn kennis van zaken heb ik ontleend aan de processen-verbaal van politie en justitie. Dit boek betreft dus een deel van mijn levensverhaal, aangevuld met fragmenten uit die processen-verbaal, betreffende mij eerder ten laste gelegde misdrijven. Een verslag dat gedeeltelijk is geënt op interpretaties door justitie, een verwoording die echter nimmer bevestigd is geworden. Een autobiografie van een leven zoals het had kunnen zijn. Ik heb ervoor gekozen dit relaas niet tot een saaie opsomming van feiten te laten verworden. De autobiografie is dientengevolge verrijkt met een fictieve biografie, verdichting, humor en zelfspot.
Mogelijk is het toch geen fantasie en is het allemaal authentiek. Dat is een vraag waarop indertijd de Nederlandse justitie en Belastingdienst misschien graag een antwoord hadden gezien. De lezer zal dus zijn conclusies moeten trekken betreffende de authenticiteit van het beschrevene in het biografische gedeelte; het is hier waar ik de grootste attractie van dit boek aan toeschrijf. Indien de lezer een epos verwacht, dan zal deze teleurgesteld worden. Het is eerder het verhaal van een antiheld.
Verder wilde ik opmerken dat ik niet heb geprobeerd verheven proza* te schrijven. Het overgrote gedeelte van dit boek is banaal, vulgair en vaak liederlijk. Maar banaal, vulgair en liederlijk was ook het grootste deel van mijn leven. Een op seks beluste lezer zal in mijn boek niet aan zijn trekken komen. Hoewel ik, waar relevant, niet heb geschroomd om seksueel getinte passages te schrijven, heb ik een nadrukkelijk accent hierop met opzet achterwege gelaten. Seks - over die oude beukennoot is al zoveel geschreven. Ik zou er beslist genoeg aan toe kunnen voegen, maar ik wilde dat niet aan de eerder genoemde banaliteit, vulgariteit en liederlijkheid koppelen.
Dit boek is beslist niet bedoeld als compendium voor aspirant-criminelen. Daarnaast voel ik mij literair begaafd noch geroepen. De inspiratie en de vaardigheid om mijn gedachten en belevenissen op een verfijnde wijze tot taal om te vormen, ontbreken mij voortdurend.
De reden voor dit boek is net zo ongecompliceerd als het erin gebezigde jargon. Ik heb een verhaal te vertellen. Het waarom en het hoe ervan worden zo waarheidsgetrouw mogelijk weergegeven. Ik beantwoord vele vragen.
Ik beantwoord niet alle vragen.
Jan ter Haak
|