| 
Ik heb dit verhaal geschreven zoals ik praat; één van de redenen hiervoor is éénvoudig: ik ben geen schrijver. De tweede, en tevens de belangrijkste reden is dat ik in mijn leven diverse (auto)biografieën heb gelezen van prominente, ‘maatschappelijk creatieve figuren’.
Zo was ik bijvoorbeeld bevoorrecht om memoires met opdracht van interessante personages zoals Pistolen Paul en Haring Arie te mogen ontvangen. Bij het lezen van deze levensverslagen viel mij gelijk het volgende op: waar in het dagelijkse leven het een genoegen was om naar deze markante figuren te mogen luisteren, hun charme, idioom en humor moest ik in de boeken nagenoeg ontberen.
Ik dacht: ‘Maar, zo ken ik jullie helemaal niet.’ De boeken waren leesbaar, maar saai en doods vergeleken bij de elocutie van mijn vrienden van weleer. Mijns inziens was dit omdat hun verhalen door derden waren geschreven, herschreven en/of geredigeerd. Helaas, de vaart was eruit.
Desondanks het niet denkbeeldige gevaar van een barrage van kritiek, wilde ik dit negatieve effect vermijden. Ik heb alles dus geschreven zoals ik het ook verteld heb. Tot aan het ontwerp van de kaft, de website en de programmering daarvan, heb ik zelf willen doen. Het zijn de virtuele preludes naar de betreffende biografieën en het tot schrift gereduceerde verslag daarvan.
Ik heb gekozen het niet laten te verwo(o)rden door weliswaar vakkundige, maar niettemin fantasieloze prozafabrikanten; de kathodebuiskakelaar en de tvcamera-zoïlus kunnen mij met hun soundbites en hyperguff toch geen complex aanpraten, of zelfs maar ontmoedigen. Kritiek? Ik heb nimmer een probleem met kritiek gehad omdat ik slecht ben in het horen van lage frequenties, en dyslectisch, waar het lezen van vinnig venijn betreft. De beste stuurlui verblijven zoals immer aan wal, en voor het toeven op die wallen zal ik hen niet hekelen.
Als laatste wil ik de ingevoegde verklaringen van het bargoens en buitenlandse zinnen verklaren. Het zal mij wel verweten worden dat ik de lezer behandel, alsof deze dom zou zijn. Niets is minder waar. Een domme lezer leest mijn boek niet, maar het mag niet eenvoudig verwacht worden dat een ieder met bepaalde uitdrukkingen en termen op de hoogte is. Niemand zou immers ooit meer een advocaat, accountant of predikant nodig hebben.
Waarom heb ik mij van het inlijven van die ‘uitdrukkingen’ niet eenvoudig onthouden dan? De persistente self-appointed criticus stelt deze vraag, wetende dat mijn lezers het antwoord al zullen weten na het lezen van enkele pagina’s; als dat niet tegen de wind in pissen is, dan weet ik niet wat dat wel is.
Samenvatting: ik ben geen literair talent die een suffe misdaadfantasie schrijft. Ik ben ook niet de ex-delinquent die zich door fanatieke ghostwriters heeft laten verleiden zijn tocht over platgetreden paden te verhalen. Ik ben een ex-crimineel die, op een tot nu toe ongekende, en dus unieke wijze, zijn autobiografie heeft verweven met een fictieve biografie en verdichting.
En nee, bescheidenheid was nimmer één van mijn deugden.
Jan ter Haak
|