| Dat was nog eens mooi in 1983 dan, nietwaar? W el, zo zou het begrepen kunnen worden, maar het was nu niet zo dat ik de camera uitgereikt kreeg van de directie van het Huis van Bewaring, op humanitaire gronden. Meer van het personeel, eigenlijk.
‘Van het personeel..., de bewaking?’
Jawel!
Ik kreeg een camera uitgereikt van de bewaker, die ik iedere week wat geld gaf.
‘Die je omgekocht had, bedoel je zeker?’
Naah, omkopen is zo’n beladen woord, dat komt meer in de hogere regionen voor, daar worden functionarissen, en politici omgekocht.
Dit was meer een kwestie van elkaar helpen. De bewaker hielp mij aan de camera, en ik hielp hem aan wat geld.
‘Maar die foto’s waren toch niet voor thuis bedoeld?’
Niet echt voor thuis, maar ik zorgde er wel voor dat de foto’s zo snel mogelijk het Huis van Bewaring verlieten en in mijn ‘huis bewaard’ werden.
‘Wie wil er nu in Godsnaam foto’s van zichzelf in de gevangenis maken? Het leek wel of je er trots op was’
Ik was er ook trots op. Het was nu niet zo eenvoudig om een –toen nog grote fotocamera- naar binnen te smokkelen.
Ja, ik was er inderdaad wel trots op. Ik was namelijk de eerste, zie je. Lang voordat Heer Olivier met een paar foto’s naar buiten kwam, had ik er al zo’n twintig gemaakt.
Ik ben er eigenlijk nog wel trots op, en als je mij n boek leest, dan weet je ook waarom. Het is namelijk niet de enige stunt die ik heb uitgehaald, tijdens mijn detentie. Ik had ook een telefoon in mijn cel. Dat was gemakkelijk voor het contact met de buitenwereld. Het contact dat mij ontzegd was door een rechtercommissaris met stinkende oksels.
Okay, dus je hebt dan foto’s van jezelf, maar wat voor genoegen gaf dat? Alleen het feit dat je in staat was het systeem te corrumperen?
Dat was indertijd een onmiddellijke voldoening, maar het belangrijkste nut van de foto’s wordt nu bewezen.
Zie, het punt is, dat ik in de gevangenis al begonnen was met het schrijven van mijn boek. Nou, hoe bewijs ik al die huzarenstukken die ik indertijd heb uit gehaald? Met foto’s, nietwaar?
Ex-criminelen van mijn g eneratie hadden er nogal moeite mee om te geloven dat ik een lid van het personeel zou hebben ‘omgekocht’, zoals zij dat noemden. Het was nu niet echt zo eenvoudig toentertijd. Misschien dat het nu wat makkelijker is, ik weet het niet.
En om het een beetje erger te maken, zou dit de tweede keer zijn dat ik mij, tijdens mijn detentie, een plezier liet doen door het gevangenispersoneel.
Ze zouden gewoon zeggen bij het lezen van mijn boek: “Ach, dat verzint die Haak gewoon. Twee personeelsleden omgekocht nog wel. Welnee, allemaal lulverhalen.”
Ik had dus eigenlijk wel een vooruitziende blik in 1983, vind je niet? Foto’s voor een boek dat vijfentwintig jaar later zou verschijnen. Kijk, dat is toekomstplanning, laten ze die foto’s maar eens wegredeneren. Velen herkennen het interieur van de Koepel wel.
In ieder geval, in mijn boek staan meer foto’s. Het ondersteunt de rest van mijn beweringen. |